TOETS · OMGEVING

Bouwen langs een spoorweg

● In huis bij The A-RKNagekeken 01/10/2026

Twee regels naast elkaar. De federale wet op de politie van de spoorwegen verbiedt gebouwen of werken op minder dan 5 meter van het spoor en uitgravingen of brandbare opslag binnen 25 meter, tenzij de infrastructuurbeheerder schriftelijk toestemt. En ligt uw project op minder dan 20 meter van de vrije rand van een bestaande of geplande spoorlijn, dan vraagt de vergunningverlener het advies van Infrabel.

Wat wordt er getoetst?

Twee regels naast elkaar. De wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegen (in werking sinds 1 november 2018; de wet van 25 juli 1891 is volledig opgeheven) legt vaste stroken op: geen gebouwen of werken op minder dan 5 meter, geen uitgravingen, brandbare daken of brandbare opslag binnen 25 meter, en beperkingen voor beplanting, tunnels en windturbines, telkens tenzij de infrastructuurbeheerder, Infrabel, schriftelijk toestemt. U meet vanaf de buitenste spoorstaaf (gelijkgronds), de teen van de talud (ophoging) of de kop van de talud (ingraving); de tabel hieronder geeft elke regel met haar artikel. Daarnaast wordt bij elke omgevingsvergunningsaanvraag op minder dan 20 meter van de vrije rand van een bestaande of geplande spoorlijn het advies van Infrabel gevraagd (art. 35, § 7 Omgevingsvergunningsbesluit). De wet is een direct werkende norm: blijkt uit dat advies strijdigheid, dan wordt de vergunning geweigerd of krijgt ze voorwaarden (art. 4.3.3 VCRO); is de aanvraag onwenselijk voor de veilige exploitatie, dan kan ze op die grond geweigerd worden (art. 4.3.4 VCRO).

Wanneer geldt het?

HandelingZoneWat geldt er?Artikel
Gebouw of ander werk oprichtenMinder dan 5 m vanaf de buitenste spoorstaaf (gelijkgronds), de teen van de talud (ophoging) of de kop van de talud (ingraving)Verboden zonder schriftelijke toestemming van de infrastructuurbeheerder, gemotiveerd vanuit de exploitatieveiligheidArt. 21, § 1 wet 27/04/2018
Bouwen bij een tunnelMinder dan 25 m van de tunnelingang, 25 m aan weerszijden van de tunnel of net boven de tunnelVerboden zonder toelating van de infrastructuurbeheerderArt. 21, § 2
Windturbine plaatsenDichter dan de ashoogte plus de halve rotordiameter plus 5 m (10 m in een bocht met straal tot 500 m); in elk geval binnen 200 m van de spoorstaafVerboden zonder schriftelijke toestemmingArt. 21, § 3
Opgraving, uitgraving of uitholling, ook tijdelijk; mijn, steengroeve, zandputMinder dan 25 m van de dichtstbijzijnde spoorstaafVerboden zonder schriftelijke toestemming van de infrastructuurbeheerderArt. 22
Gebouw met brandbare dakbedekking; opslag van brandbare materialen, brandbare vloeistoffen, brandstoffen of ontplofbare stoffenBinnen 25 m van de dichtstbijzijnde spoorstaafVerboden (tijdelijke oppers veldvruchten uitgezonderd); brandbare stoffen stapelen enkel met schriftelijke toestemming, zonder recht op schadevergoeding bij brandArt. 23
BeplantingLangs de spoorwegMinstens 1,5 m korter dan de afstand voet–dichtstbijzijnde spoorstaaf (bij ophoging of ingraving: tot de bovenrand); achter muren langs het spoor niet hoger dan de muur; afwijking met toestemmingArt. 20, § 1
Niet-kruidachtige beplantingMinder dan 8 m van de spoorstaven; bij baanvakken boven 220 km/u binnen 25 mKan verboden worden als ze de veiligheid van het treinverkeer in gevaar brengt; boven 220 km/u binnen 25 m enkel kruidachtige gewassenArt. 20, § 2
Elke omgevingsvergunningsaanvraagMinder dan 20 m van de vrije rand van een bestaande of geplande spoorlijnInfrabel wordt om advies verzocht en kan advies verlenenArt. 35, § 7 Omgevingsvergunningsbesluit

De wet spreekt over "gebouwen of werken" en noemt afsluitingen niet apart. Behandel een nieuwe afsluiting of keermuur binnen de 5 meter daarom als een werk waarvoor u vooraf de schriftelijke toestemming nagaat bij de infrastructuurbeheerder. Let op: ook verder dan 25 meter van de spoorstaaf kan een regel gelden, bij een brede talud, een tunnel of een windturbine. Let op het meetpunt: de wet meet vanaf de spoorstaaf of de talud, het Omgevingsvergunningsbesluit vanaf de vrije rand van de spoorlijn.

Doorklikken: welke regel geldt voor uw perceel langs het spoor?

Beantwoord de vragen. De uitkomst verwijst telkens naar het artikel in de wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegen of in het Omgevingsvergunningsbesluit. Ze vervangt de tabel hierboven niet.

De boom volgt art. 20 tot 24 van de wet van 27 april 2018 (Justel, tekst bijgewerkt tot 26/05/2023) en art. 35, § 7 van het Omgevingsvergunningsbesluit (versie 01/12/2025). Meetpunten: 5 en 25 meter vanaf de spoorstaaf of de talud (wet), 20 meter vanaf de vrije rand van de spoorlijn (besluit).

Hoe verloopt het?

1
De ligging bepalen
Gelijkgronds, in ophoging of in ingraving? Tunnel? Bestaande of geplande lijn? Daaruit volgt het meetpunt voor de 5, 20 en 25 meter.
2
De stroken op het inplantingsplan
Een landmeter-expert meet spoorstaaf, talud en perceelsgrens in; wij tekenen de stroken op het plan en stemmen het ontwerp erop af.
3
Afwijking vragen vóór de aanvraag
Valt een gebouw, werk of uitgraving in een verboden strook, dan vragen wij de schriftelijke toestemming van Infrabel vóór de vergunningsaanvraag. Infrabel geeft op vraag een vooradvies.
4
Aanvraag en advies
De vergunningverlener vraagt het advies van Infrabel (in de gewone procedure: vijftig dagen in de eerste adviesronde). Wij voegen de toestemming en de plannen bij de aanvraag.

Waar het misloopt. Een vrijgesteld tuinhuis of een tijdelijke bouwput binnen de strook, zonder toestemming: de vrijstelling van vergunning ontslaat u niet van de wet op de politie van de spoorwegen. En een inplanting gemeten vanaf de perceelsgrens in plaats van vanaf de spoorstaaf of de talud.

Wat doet The A-RK?

In huis

  • De ligging ten opzichte van het spoor en de bouwvrije stroken en erfdienstbaarheden nagaan
  • De stroken op het inplantingsplan tekenen en het ontwerp erop afstemmen
  • De toestemming of afwijking bij Infrabel aanvragen en motiveren
  • Het verplichte advies aanvragen via de omgevingsvergunningsaanvraag en het dossier erop voorbereiden

Wij coördineren

  • Opmeting van de strook, de spoorstaaf en de talud door een landmeter-expert
  • Geluidsstudie door een geluidsdeskundige waar het spoorverkeer meespeelt in de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Veelgestelde vragen

Mijn tuinhuis of carport is vrijgesteld van vergunning. Geldt het bouwverbod dan ook?

Ja. Het vrijstellingenbesluit geldt onverminderd andere regelgeving, en de wet op de politie van de spoorwegen is zo'n andere regel. Zonder vergunningsaanvraag vraagt niemand het advies van Infrabel, dus u vraagt de schriftelijke toestemming voor een werk binnen 5 meter zelf aan de infrastructuurbeheerder.

Mag ik een kelder, zwembad of bemalingsput graven op 15 meter van het spoor?

Niet zonder schriftelijke toestemming van de infrastructuurbeheerder. Binnen 25 meter van de dichtstbijzijnde spoorstaaf zijn opgravingen, uitgravingen en uithollingen verboden, ook als ze maar tijdelijk zijn.

Wat gebeurt er als Infrabel ongunstig adviseert?

De wet op de politie van de spoorwegen is een direct werkende norm. Blijkt uit het verplichte advies dat de aanvraag ermee strijdig is, dan wordt de vergunning geweigerd of worden in de voorwaarden waarborgen opgenomen. Een aanvraag die onwenselijk is voor de veilige exploitatie van het spoor kan ook op die grond geweigerd worden.

Geldt dit ook langs een spoorlijn die nog niet bestaat?

Voor het advies wel: het Omgevingsvergunningsbesluit spreekt van bestaande of geplande spoorlijnen. De erfdienstbaarheden uit de wet gaan voor een nieuwe of aangepaste lijn in op de dag dat het plan van de te onteigenen gronden in de gemeente wordt neergelegd.

Wettelijk kader

RegelWat
Wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegenArt. 20 (beplanting), 21 (gebouwen en werken binnen 5 m, tunnels, windturbines), 22 (uitgravingen binnen 25 m), 23 (brandbare daken en opslag binnen 25 m), 24 (erfdienstbaarheden bij nieuwe of aangepaste lijnen), 54 (opheffing wet van 25 juli 1891); in werking op 1 november 2018
Art. 35, § 7 OmgevingsvergunningsbesluitAdvies van Infrabel bij aanvragen op minder dan 20 m van de vrije rand van bestaande of geplande spoorlijnen; art. 36: het advies volgt art. 4.3.3 en 4.3.4 VCRO; art. 67, § 3: vervaltermijn van vijftig dagen in de eerste adviesronde van de gewone procedure
Art. 4.3.3 en 4.3.4 VCROWeigering of voorwaarden bij strijdigheid met direct werkende normen uit een verplicht advies; mogelijke weigering bij onwenselijkheid in het licht van doelstellingen of zorgplichten
Vrijstellingenbesluit van 16 juli 2010Art. 1.2: de vrijstellingen gelden onverminderd andere regelgeving; art. 6.1, 6°: vellen van hoogstammige bomen door of op verzoek van de infrastructuurbeheerder bij strijdigheid met art. 20 van de wet van 27 april 2018 is vrijgesteld
Koninklijk besluit van 19 december 2018 houdende diverse uitvoeringsmaatregelen van de wet van 27 april 2018Heft het politiereglement van 20 december 2007 op; bevat geen afstandsregels

Beroep

Tegen een beslissing van het college kan binnen 30 dagen administratief beroep bij de deputatie. Besliste de deputatie in eerste aanleg, dan gaat het administratief beroep binnen 30 dagen naar de Vlaamse Regering (in de wettelijk bepaalde gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar). Tegen de beslissing in laatste administratieve aanleg kan binnen 45 dagen beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Wie geen administratief beroep instelde, verliest in principe de toegang tot de Raad. De Vlaamse Regering bereidt een hervorming van de vergunningsprocedure voor (modulaire omgevingsvergunningsprocedure); wij volgen de inwerkingtreding op. Wij bereiden uw dossier zo voor dat het die toets doorstaat, en denken mee als het toch misloopt.

Laatst nagekeken op 1 oktober 2026 aan de hand van de geconsolideerde tekst van de wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegen (Justel), het Omgevingsvergunningsbesluit, de VCRO en het vrijstellingenbesluit (Vlaamse Codex) en de informatie van Infrabel. Deze pagina is algemene informatie en geen juridisch advies voor uw dossier.