TOETS · OMGEVING
Omgevingsveiligheid: werkt u met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen?
Bedrijven die gevaarlijke stoffen boven bepaalde drempels opslaan of gebruiken, zijn Seveso-inrichtingen. Bij de vergunningsaanvraag van een hogedrempelinrichting hoort een omgevingsveiligheidsrapport, opgesteld door erkende deskundigen. Ook wie in de buurt van een Seveso-bedrijf bouwt, krijgt met de afstand te maken. The A-RK signaleert de plicht en coördineert de erkende veiligheidsrapporteur.
Wat is omgevingsveiligheid?
Omgevingsveiligheid gaat over het risico van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen – brand, explosie of het vrijkomen van giftige stoffen – voor mensen en het milieu buiten het bedrijf. De regels komen uit de Europese Seveso III-richtlijn, in België omgezet via het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de federale staat en de drie gewesten.
Afhankelijk van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen is een bedrijf een lagedrempel- of een hogedrempelinrichting. Beide zijn Seveso-inrichtingen; de verplichtingen verschillen. De drempels staan in bijlage 1 van het samenwerkingsakkoord: per gevarencategorie (deel 1) of per bij naam genoemde stof (deel 2), met een lage drempel (kolom 2) en een hoge drempel (kolom 3). Haalt geen enkele stof op zich een drempel, dan telt u de verhoudingen tussen aanwezige hoeveelheid en drempel op: komt die som op 1 of meer, dan geldt de inrichting toch als lage- of hogedrempelinrichting (noot 4 bij bijlage 1).
In Vlaanderen regelt titel IV/1 van het decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) de veiligheidsrapportage. Voor de exploitatie van een Seveso-inrichting is dat het omgevingsveiligheidsrapport (OVR). Voor ruimtelijke plannen bestaat daarnaast het ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR).
Wanneer geldt het?
| Situatie | Wat geldt er? |
|---|---|
| Uw bedrijf slaat gevaarlijke stoffen op of gebruikt ze boven de Seveso-drempels | Seveso-inrichting: verplichtingen uit het samenwerkingsakkoord. Is het een hogedrempelinrichting, dan hoort bij de vergunningsaanvraag een omgevingsveiligheidsrapport (art. 4/1.3.1 DABM, art. 8 samenwerkingsakkoord). Een nieuwe Seveso-inrichting dient uiterlijk vier maanden vóór de inbedrijfstelling een kennisgeving in (art. 7 samenwerkingsakkoord) |
| U breidt een Seveso-inrichting uit of wijzigt ze | Een OVR is nodig als het veiligheidsrapport door de wijziging opnieuw beoordeeld moet worden. Op gemotiveerd verzoek, met een veiligheidsnota van een erkende deskundige, kan de administratie binnen twintig dagen beslissen dat het goedgekeurde OVR niet bijgewerkt hoeft te worden. Een loutere hernieuwing van de vergunning vraagt geen OVR. |
| Uw hoeveelheden liggen net onder een drempel | Toch nagaan: door de optelregel kunnen verschillende stoffen samen een drempel bereiken, en een kleine uitbreiding kan u erover brengen |
| U bouwt in de buurt van een Seveso-bedrijf | De afstand telt mee in de beoordeling – zie hieronder |
| Een gemeente of provincie maakt een ruimtelijk plan nabij een Seveso-bedrijf | Ruimtelijke veiligheidsrapportage bij het plan |
Hoe verloopt het omgevingsveiligheidsrapport?
Welke stoffen, hoeveel, waar: daarmee bepaalt u of het bedrijf onder Seveso valt, en onder welke drempel.
Vóór u de vergunningsaanvraag indient, meldt u het voornemen om een OVR op te stellen aan bij de afdeling veiligheidsrapportage van het Departement Omgeving. Die beslist in de regel binnen twintig dagen over de aanmelding, onder meer over de aanstelling van de erkende deskundige en, als u erom vraagt, over de inhoud van het rapport.
Zij analyseren de mogelijke zware ongevallen, de gevolgen voor de omgeving en de maatregelen.
Het OVR gaat mee met de vergunningsaanvraag. Na het openbaar onderzoek toetst de administratie het rapport; de vergunningverlener gebruikt het bij de beslissing.
Waar het misloopt. De inventaris van gevaarlijke stoffen gebeurt te laat, of een uitbreiding wordt ontworpen zonder te kijken wat ze doet met de Seveso-status. Inplanting, opslag, laad- en loszones en afstanden tot de perceelsgrens bepalen mee het risico. Die keuzes horen dus in het ontwerp, niet in een rapport achteraf.
Wat doet The A-RK?
In huis
- Signaleren wanneer de Seveso-regels of de omgevingsveiligheidsrapportage aan de orde zijn
- Inplanting en opslag ontwerpen, afgestemd op het rapport
- Het rapport afstemmen op het milieuluik van de aanvraag
Wij coördineren
- De erkende veiligheidsrapporteur (VR-deskundige)
- De veiligheidsadviseur ADR voor het vervoer van gevaarlijke goederen
- De brandveiligheidsadviseur
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn bedrijf een Seveso-inrichting is?
Door een inventaris te maken van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn of kunnen zijn, en die te vergelijken met de drempels in de Seveso-regelgeving. Wij helpen bij het signaleren; de beoordeling laten wij nakijken door een erkende VR-deskundige.
Wie stelt het omgevingsveiligheidsrapport op?
Erkende VR-deskundigen. Die erkenning wordt toegekend door de Vlaamse overheid. Wij coördineren de veiligheidsrapporteur en stemmen het rapport af op het milieuluik en het ontwerp.
Ik bouw geen Seveso-bedrijf, maar wel in de buurt van een Seveso-bedrijf. Speelt dat mee?
Ja, dat kan. Het Departement Omgeving screent vergunningsbeslissingen onder meer op de afstand tot Seveso-bedrijven. Wij kijken bij de start na of er een Seveso-bedrijf in de buurt ligt.
Is een omgevingsveiligheidsrapport hetzelfde als een MER?
Nee. Een MER beoordeelt de milieueffecten van een project bij normale werking. Een omgevingsveiligheidsrapport gaat over het risico van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Wettelijk kader
| Regel | Wat |
|---|---|
| Samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 | Beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn; tussen de federale staat en de drie gewesten; in werking 10 juni 2016; art. 8: veiligheidsrapport van een hogedrempelinrichting |
| Decreet van 20 mei 2016 | Vlaamse instemming met het samenwerkingsakkoord (Belgisch Staatsblad 30 mei 2016) |
| DABM, titel IV/1 | Veiligheidsrapportage: ruimtelijke veiligheidsrapportage (art. 4/1.2.1–4/1.2.4), omgevingsveiligheidsrapport bij de exploitatie van inrichtingen (art. 4/1.3.1–4/1.3.6), erkenning van VR-deskundigen (art. 4/1.4.1) |
| VLAREL | Erkenning als VR-deskundige (art. 6, 1°, e en art. 13) |
| Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 | Nadere regels voor de omgevingsveiligheidsrapportage: aanmelding en beslissing over de aanmelding (art. 7–10), voorlopige goedkeuring van het OVR (art. 11) |
| Richtlijnenboek voor veiligheidsrapportages | Formele en technische richtlijnen van het Departement Omgeving – richtlijn, geen regelgeving |
Europese regels
Richtlijn 2012/18/EU (Seveso III) van 4 juli 2012. Ze geldt in België via het samenwerkingsakkoord en de gewestelijke regels.
Kijkt het Departement Omgeving mee?
Ja. Het Departement Omgeving screent alle vergunningsbeslissingen in het omgevingsloket en kan zelf beroep instellen. Volgens zijn beroepenkader gaan de screeningscriteria vooral over zonevreemdheid en de watertoets, maar ook over de afstand tot Seveso-bedrijven. Dat geldt dus ook voor projecten die zelf geen Seveso-inrichting zijn, maar er dicht bij liggen.
Daarom gaan wij bij de start van een dossier na of er een Seveso-bedrijf in de buurt ligt, en houden wij er in het ontwerp en de motivering rekening mee.
Beroep
Tegen een beslissing van het college kan binnen 30 dagen administratief beroep bij de deputatie. Besliste de deputatie in eerste aanleg, dan gaat het administratief beroep binnen 30 dagen naar de Vlaamse Regering (in de wettelijk bepaalde gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar). Tegen de beslissing in laatste administratieve aanleg kan binnen 45 dagen beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Wie geen administratief beroep instelde, verliest in principe de toegang tot de Raad. De Vlaamse Regering bereidt een hervorming van de vergunningsprocedure voor (modulaire omgevingsvergunningsprocedure); wij volgen de inwerkingtreding op. Wij bereiden uw dossier zo voor dat het die toets doorstaat, en denken mee als het toch misloopt.
Laatst nagekeken op 1 oktober 2026 aan de hand van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de Vlaamse Codex (DABM titel IV/1, samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016, VLAREL) en de informatie van het Departement Omgeving over externe veiligheid. Deze pagina is algemene informatie en geen juridisch advies voor uw dossier.
