TOETS · OMGEVING
Lozing afvalwater: waar mag uw afvalwater naartoe, en onder welke voorwaarden?
Het afvalwater van een woning loost u zonder aparte vergunning, maar wel volgens het zoneringsplan van uw gemeente. Bedrijfsafvalwater en grotere lozingen van ander huishoudelijk afvalwater zijn ingedeeld in rubriek 3 van de VLAREM-indelingslijst. Dan komen de lozingsvoorwaarden in uw vergunning of melding terecht.
Wat is het?
VLAREM onderscheidt vier soorten afvalwater. Welke soort u loost, bepaalt welke regels gelden.
| Soort | Wat valt eronder? |
|---|---|
| Huishoudelijk afvalwater | Water van normale huishoudelijke activiteiten: sanitair, keukens, het reinigen van gebouwen en wassalons in zelfbediening. |
| Koelwater | Water dat in de nijverheid voor afkoeling gebruikt wordt en niet in aanraking kwam met de af te koelen stoffen of andere verontreinigende stoffen. |
| Bemalingswater | Grondwater dat bij een bemaling wordt opgepompt. Zie de toets Bemaling en grondwater. |
| Bedrijfsafvalwater | Al het andere afvalwater. Loost u huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater samen, dan geldt het geheel als bedrijfsafvalwater. |
Bij bedrijfsafvalwater speelt nog een tweede vraag: bevat het gevaarlijke stoffen in concentraties boven het indelingscriterium? Dat bepaalt mee de indeling en de voorwaarden.

Wanneer geldt het?
| Situatie | Wat geldt er? |
|---|---|
| Huishoudelijk afvalwater van een woning | Niet ingedeeld, dus geen omgevingsvergunning voor de lozing. Het zoneringsplan bepaalt of u aansluit op de riolering of zelf zuivert. Ook een septische put, een vetvanger of een KWS-afscheider is niet ingedeeld. |
| Ander huishoudelijk afvalwater (kantoor, horeca, school, …) dat zonder zuivering geloosd wordt, meer dan 600 m³ per jaar | Rubriek 3.2 – klasse 3 (melding) als het lozingspunt in centraal gebied, collectief geoptimaliseerd buitengebied, individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan ligt; klasse 2 (vergunning) in collectief te optimaliseren buitengebied |
| Bedrijfsafvalwater, geloosd zonder zuivering | Rubriek 3.4 – tot 2 m³ per uur: klasse 3, of klasse 2 met gevaarlijke stoffen; meer dan 2 tot 100 m³ per uur: klasse 2; meer dan 100 m³ per uur: klasse 1 |
| Koelwater | Rubriek 3.5 – klasse 3, 2 of 1, met dezelfde grenzen van 2 en 100 m³ per uur |
| Eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie met lozing van het effluent | Rubriek 3.6 – voor ander huishoudelijk afvalwater boven 600 m³ per jaar: klasse 3; voor bedrijfsafvalwater tot 5 m³ per uur: klasse 3 (klasse 2 met gevaarlijke stoffen), meer dan 5 tot 50 m³ per uur: klasse 2, meer dan 50 m³ per uur: klasse 1 |
| Lozen van bemalingswater | Rubriek 3.8 – veel tijdelijke bemalingen zijn niet ingedeeld (onder meer tot 1.000 m³ per dag en hoogstens zes maanden); tot 2.500 m³ per dag: klasse 3 of 2; meer dan 2.500 m³ per dag: klasse 1 |
Staat bij de rubriek de letter M in de indelingslijst, dan adviseert de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) over de lozing.
Het zoneringsplan
| Zone | Wat betekent dat voor uw afvalwater? |
|---|---|
| Centraal gebied en collectief geoptimaliseerd buitengebied | Lozen bij voorkeur rechtstreeks in de riolering. Het college van burgemeester en schepenen kan een voorbehandeling opleggen. |
| Collectief te optimaliseren buitengebied | Minstens een individuele voorbehandelingsinstallatie (septische put). Aansluiten zodra er riolering ligt. |
| Individueel te optimaliseren buitengebied | Een individuele zuiveringsinstallatie (IBA) die minstens 90 % van het BZV en 70 % van de zwevende stoffen verwijdert. Wie bouwt na de definitieve vaststelling van het zoneringsplan, moet daar meteen aan voldoen. Loost u het gezuiverde water in de bodem, dan mag dat alleen onrechtstreeks, via een infiltratievoorziening van hoogstens 10 meter diep, en niet als de straat openbare riolering heeft. |
Overal geldt: ligt er in de straat riolering, dan mag u niet in oppervlaktewater lozen (behalve in individueel te optimaliseren buitengebied). Een afwijking kan als de riolering meer dan 250 meter ver ligt of alleen via gronden van derden bereikbaar is. Hemelwater houdt u gescheiden van het afvalwater.
Hoe verloopt het?
Welke stromen, welke hoeveelheden, welke stoffen? Voor een bestaand bedrijf vertrekken wij van verbruiksgegevens en bestaande analyses.
Ligt het perceel in centraal gebied of in buitengebied? Loost u op de riolering of in oppervlaktewater?
Rubriek 3.2, 3.4, 3.5, 3.6 of 3.8, en de klasse die daarbij hoort: melding (klasse 3) of vergunning (klasse 1 of 2).
Een significante lozing van bedrijfsafvalwater wordt getoetst aan de waterkwaliteit van de ontvangende waterloop. De VMM werkt daarvoor met een impactbeoordeling, in een gewijzigde versie sinds 1 juni 2025.
De lozing komt in het milieuluik, met debieten, lozingspunt en gevraagde normen. Bij een rubriek met de letter M adviseert de VMM.
Lozingsvoorwaarden naleven, stalen laten nemen en meetresultaten rapporteren waar de vergunning dat oplegt.
Waar het misloopt. Een kleine stroom bedrijfsafvalwater die samen met het sanitair water geloosd wordt, maakt van het geheel bedrijfsafvalwater. En wie gevaarlijke stoffen niet laat analyseren, vraagt soms normen aan die niet passen bij wat er werkelijk geloosd wordt. Beide komen vroeg of laat terug bij een controle.
Wat doet The A-RK?
In huis
- Het zoneringsgebied en het lozingspunt bepalen
- Rubriek en klasse vastleggen en de lozing opnemen in het milieuluik
- De lozingsvoorwaarden en de meetfrequentie bewaken, ook na de vergunning, als externe milieucoördinatie (eMC)
- Afstemmen met de rioleringstoets en de watertoets
Wij coördineren
- Staalnames en analyses door een erkend laboratorium
- Keuring van de private waterafvoer door een keurder die bevoegd is in uw gemeente (nevenaanneming)
- Leverancier en plaatsing van een zuiveringsinstallatie
In de praktijk
Lozen zonder zuivering van huishoudelijk afvalwater dat niet van woongelegenheden komt, is vanaf meer dan 600 m³ per jaar vergunningsplichtig (rubriek 3.2.2°); de voorwaarden voor de niet-ingedeelde lozingen van hemelwater, bemalingswater en huishoudelijk afvalwater staan in afdeling 6.2.2 van VLAREM II. Handige bronnen: de Waterwegwijzer bouwen en verbouwen en VLARIO.
Het zoneringsplan van de VMM bepaalt per adres hoe uw afvalwater moet worden afgevoerd: via bestaande riolering met zuivering, via geplande riolering, of via een individuele behandeling (IBA). Het plan wordt samen met de gemeenten opgemaakt en meermaals per jaar bijgewerkt; de aansluitvoorwaarden vraagt u na bij uw rioolbeheerder.
Veelgestelde vragen
Heb ik voor het afvalwater van mijn woning een vergunning nodig?
Nee. Huishoudelijk afvalwater van woongelegenheden is niet ingedeeld in de VLAREM-indelingslijst. Het zoneringsplan bepaalt wel of u moet aansluiten op de riolering, een septische put plaatst of een individuele zuiveringsinstallatie (IBA) nodig heeft.
Ons kantoor loost enkel sanitair afvalwater. Valt dat onder VLAREM?
Dat is huishoudelijk afvalwater. Rubriek 3.2 geldt pas als dat water niet van woongelegenheden komt, zonder zuivering geloosd wordt en meer dan 600 m³ per jaar bedraagt. Dan is het klasse 3, of klasse 2 als het lozingspunt in collectief te optimaliseren buitengebied ligt. Wij rekenen het voor u na.
Wat als we huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater samen lozen?
Dan geldt het geheel als bedrijfsafvalwater, met de voorwaarden die daarbij horen.
Wanneer adviseert de VMM over onze lozing?
Als bij de rubriek de letter M staat in de indelingslijst van VLAREM. Bij een significante lozing van bedrijfsafvalwater hoort ook een impactbeoordeling.
Nemen jullie zelf de stalen?
Nee. Een erkend laboratorium neemt de stalen en doet de analyses. Wij plannen de metingen, bewaken de meetfrequentie en bespreken de resultaten met u.
Wettelijk kader
| Regel | Wat |
|---|---|
| VLAREM II – besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 | Definities (art. 1.1.2); lozingsvoorwaarden, waaronder de regels per zone van het zoneringsplan (art. 6.2.2.1.2 tot 6.2.2.4.1) en de lozing van huishoudelijk afvalwater in grondwater (art. 6.9.2.1 en 6.9.2.2) |
| VLAREM – indelingslijst (bijlage 1 bij VLAREM II) | Rubriek 3 Afvalwater en koelwater (versie 08/04/2025) |
| VLAREM II – bijlage 2C (lijst van gevaarlijke stoffen voor lozing in aquatisch milieu) | Lijsten I tot III van gevaarlijke stoffen; het indelingscriterium per stof staat in bijlage 2.3.1, art. 3 (kolom ‘indelingscriterium GS’) |
| Besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 | Scheiding tussen gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en vaststelling van de zoneringsplannen (definities van de zones in art. 1); het uitvoeringsplan maakt deel uit van de stroomgebiedbeheerplannen (art. 11) |
| Omgevingsvergunningsbesluit, art. 37 | Letter M bij de rubriek: advies van de VMM |
| Impactbeoordeling bedrijfsafvalwater (VMM, versie sinds 1 juni 2025) | Beoordelingsmethode van de VMM – geen decreet of besluit |
Beroep
Tegen een beslissing van het college kan binnen 30 dagen administratief beroep bij de deputatie. Besliste de deputatie in eerste aanleg, dan gaat het administratief beroep binnen 30 dagen naar de Vlaamse Regering (in de wettelijk bepaalde gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar). Tegen de beslissing in laatste administratieve aanleg kan binnen 45 dagen beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Wie geen administratief beroep instelde, verliest in principe de toegang tot de Raad. De Vlaamse Regering bereidt een hervorming van de vergunningsprocedure voor (modulaire omgevingsvergunningsprocedure); wij volgen de inwerkingtreding op. Wij bereiden uw dossier zo voor dat het die toets doorstaat, en denken mee als het toch misloopt.
Laatst nagekeken op 1 oktober 2026 aan de hand van de volledige tekst van VLAREM II en de indelingslijst in de Vlaamse Codex, met toelichting van de Vlaamse Milieumaatschappij. Deze pagina is algemene informatie en geen juridisch advies voor uw dossier; toets uw situatie aan de actuele tekst of laat ze nakijken.
